Koers: Paaseiland!

De voorkennis van de Spaanse expeditie en de eerste moai schets.

Negenenveertig jaar na de ontdekking van Paaseiland door Jacob Roggeveen, zijn twee Spaanse schepen in de Stille Zuidzee onderweg.

Universal carte der Ganzer Welt. Leipzig, 1737.

Het is donderdag 15 november 1770. Om half zes in de ochtend hangt de zee vol nevel. Uit het zuidwesten steekt een bries op. Langzaam blaast de wind de horizon schoon.

Om half acht ontwaart de bemanning van het fregat Santa Rosalía land. De eerste stuurman, Francisco Antonio Aguera, maakt in zijn journaal schetsen van het eiland dat hij in de verte ziet. Op een afstand van zo’n drie leagues, neemt hij iets waar dat uitsteekt. Hij vindt dat zo vreemd dat hij daarvan een melding in zijn journaal maakt.’

Dit artikel beschrijft een speurtocht naar publicaties en documenten over de tocht van Jacob Roggeveen, en analyseert hoe de Spanjaarden deze informatie gebruikt hebben om Paaseiland terug te vinden.

Met Henk de Velde, Nederlands grootste zeezeiler, wordt gesproken hoe accuraat positiebepalingen moeten zijn om een eiland in 1770 te kunnen vinden. ‘Ik laat Henk kopieën zien van een document uit 1737 met daarop de vermeende positie van Paaseiland.

Ik vraag hem of in 1770 met deze informatie een eiland te vinden is?

‘Natuurlijk’, antwoord hij stellig. Onmiddellijk haalt hij er een paar getallen bij. Het eiland is maximaal tussen 300 en 500 meter hoog en daardoor, natuurlijk afhankelijk van het weer, zo’n 40 kilometer vanuit zee te zien. Hardop tel ik grof bij elkaar: ‘links 40 kilometer, dan de breedte van het eiland (afhankelijk van de richting waaruit aangevaren wordt) en dan rechts nog eens 40 kilometer, is min of meer 100 kilometer’. Dus met een nauwkeurigheid van net onder één graad - omtrek aarde delen door 360 graden is 111 kilometer per graad - zit je goed genoeg.’

Slot: ‘De Spaanse expeditie beschikt over gedetailleerde instructies hoe naar het eiland Davids of land van Davids in de Stille Zuidzee te navigeren. In deze informatie is de ligging van Paaseiland, in 1722 ontdekt door Jacob Roggeveen, verwerkt. Door deze orders precies te volgen, zijn de Spanjaarden als het ware recht naar het eiland gevaren. De Spaanse bemanning heeft de publicaties van Behrens over de expeditie van Roggeveen, zelf niet geraadpleegd. Anders had Aguera niet over een piramide-achtige boomsoort geschreven toen hij voor het eerst de beelden waarnam en wist de Spaanse expeditie dat Roggeveen het eiland-met-de-beelden Paaseiland doopte.’

Dertien pagina’s met drie foto’s waaronder volgens Mellén Blanco de allereerste schets van de beelden op Paaseiland.

Bibliografie:

Behrens, Carl Friedrich. Histoire de l’Expedition de Trois Vaisseaux, Envoys par la Compagnie des Indes Occidentales des Provinces-Unies, aux Terres Australes en MLDCCXXI […], 1739.

Behrens, Carl Friedrich. Reise durch die Süd-Länder und um die Welt : worinnen enthalten die Beschreibung von den Canarischen und Saltz-Insuln, Brasilien, der Straße Magellanus und Lamer-Kuste, Chilli [...] von den Moluckischen Insuln und verschiedenen Platzen in Asia und Afrika. Franckfurt ; Leipzig, 1737.

Bellin, Jacques Nicolas. Le Petit Atlas Maritime, Recueil de Cartes et Plans des Quatre Parties du Monde. En Cinq Volumes, 1764.

Logbook of the Santa Rosalia, commanded by Francisco Antonio Aguera Infanzon, from 10 October - 29 March 1771 [manuscript]. Mitchell Library (Sydney).

Mellén Blanco, Francisco. Manuscritos y documentos españoles para la historia de la isla de Pascua, 1986.

Mulert, F.E. (baron). De reis van Mr. Jacob Roggeveen ter ontdekking van het Zuidland (1721-1722). Werken uitgegeven door de Linschoten Vereniging IV, 1911.

Sharp, Bartholomew. Captain Sharp’s Journey over the Isthmus of Darien, and Expedition into the South Seas, 1699.